Posts tonen met het label schrijvers en dichters. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schrijvers en dichters. Alle posts tonen

maandag 24 augustus 2009

G-Man Jerry Cotton



















Gevonden in mijn boekenkast: G-man Jerry Cotton - De bommen van Cassandra' (Distrigoroman nr 1964), waarin FBI-man John B. High het opneemt tegen een stel fanatici die, zich Cassandra noemend, de ondergang van New York plannen. Op pagina 1 een open brief van Cassandra gericht aan de gouverneur van New York:

'Wij klagen aan: Het Newland Concern in New York bezondigt zich tegen de mensheid! Met haar elektronische revolutie stelt het ons aanpassingsvermogen op de proef, verstoren zij het evenwicht en dwingen ons in een andere wereld, die wij niet willen! Een onpersoonlijke koude en vreemde wereld waar men aan anonieme machten overgeleverd is! Wij eisen: Terug naar de natuur! Het brein moet opnieuw uitgevonden worden! Handen af van een techniek die de mensen in de verderfenis stort! Als de politici niet tot daden overgaan, dan doen wij het zelf. Vóór wij allen de afgrond storten en ten onder gaan zullen wij ons verzetten. Ondertekend: Cassandra!

Geeft toch te denken. De slotalinea is evenzeer de moeite waard:

'Don Newland was dood, toen wij de blokhut betraden. David Damski had hem gewurgd. Apathisch zat de man met de baard op een stoel. Zonder weerstand liet hij zich arresteren. De slachtpartij bij de Duivelskreek was afgelopen. de verbijsterende balans: acht doden, twaalf gewonden. 'Ik ben nu weliswaar blind', zei David Damski, 'maar niet met blindheid geslagen.'Die mannen stierven voor een betere toekomst. In geval van nood moeten wij ons in de toekomst opnieuw verdedigen, we moeten terugslaan, met de bommen van Cassandra! Priamos was onverbeterlijk.'

EINDE

Overigens, zo leert enig gegoogle, was Jerry Cotton 'het Duitse antwoord op James Bond', en zijn er van zijn avonturen (in pulpformaat) wereldwijd zo'n 850 miljoen exemplaren verkocht. Wie de schrijver van Jerry Cotton was, werd door de uitgever lang geheim gehouden. Uiteindelijk bleek het te gaan om ene Delfried Kaufman, later bijgestaan en op den duur vervangen door een team van schrijvers: Hans E. Knpeter, Hasso Pl, P.E. Fackenheim, en vooral: Heinz Werner H.

Voor de liefhebber, zie ook het artikel van Erik van den Berg in de Volkskrant van april 2004, tgv het vijftig jarig jubileum van Jerry Cotton: http://www.volkskrant.nl/archief_gratis/article1226277.ece/G-man_Jerry_Cotton

donderdag 23 juli 2009

Gesteggel over de genealogie van Fernando Pessoa














In de Jornal do Fundao - het lokale krantje hier -, zijn de pagina’s twee tot en met vier gereserveerd voor zwaarmoedige overpeinzingen over de staat van de cultuur, alsmede voor bespiegelingen over schrijvers en kunstenaars. Op het eerste gezicht een troostrijke gedachte. Al blijft het de vraag of die teksten daadwerkelijk worden gelezen door de merendeels laag opgeleide boeren-abonnee’s van de krant (er staat voor hen gelukkig nog wel wat anders in ook: politienieuws natuurlijk, de opening van een nieuwe winkel of restaurant, de resultaten van de sportvereniging, en, dat vanzelf, de doodsberichten - waarover later meer). Maar goed, in de editie van een tijdje geleden stond dan toch maar mooi een groot stuk van een redacteur over de lokale wortels van Fernando Pessoa. Of het nieuws is weet ik niet. Ik geef het maar door. Pessoa is industrie tenslotte. Er zijn nogal wat mensen die hun brood ermee smeren. Wie het hele stuk wil zien, kan zich bij mij melden. De redacteur in kwestie, Arnaldo Saraiva, is met het onderzoek naar de stamboom van Pessoa hoe dan ook al een kwart eeuw bezig, zo schrijft hij, en daarbij moet het steeds weer opnemen tegen lieden die Pessoa stamboom bij voorkeur in de Algarve plaatsen. Fout dus! Althans volgens Saraiva, die overigens verder nog wel het een en ander over de zaak heeft gepubliceerd. Het begin van Pessoa, zo beweert Saraiva, vinden we bij ene Rodrigo de Cunha, een douanebeambte te Penamacor, in de streek genaamd Beira Baixa waar ook Fundao deel van uitmaakt. Deze Da Cunha was negen generaties terug de eerst getraceerde voorvader van de schrijver van Mensagem. Verder gaat het dan in het artikel met Da Cunha’s dochter Beatriz (door de inquisitie gevangen genomen in 1620), die trouwde met.. etc. De namen staan keurig onder elkaar, inclusief enkele wetenswaardigheden. De naam Pessoa duikt voor het eerst op eind 17 eeuw, dankzij Madalena Pessoa da Gouveia, uit Montemor-o-Velho (Beira Baixa), getrouwd met een klerk uit hetzelfde dorp. In de achttiende eeuw wonen en werken de verschillende generaties Pessoa’s dan in Fundao en het nabijgelegen Covilha. Pas op het eind van de achttiende eeuw gaat het definitief mis, als de opa van de opa van Fernando Pessoa (hoe zeg je dat in het Nederlands?) zich als arts in Tavira, in de Algarve vestigt. Maar dat is volgens Saraiva van efemeer belang. De wortels van Pessoa, en, dat ook, van diens metaforisch universum, liggen onvervreemdbaar in de prachtige Beira Baixa, in de omgeving van het provinciestadje Fundao.

woensdag 24 juni 2009

Donald Barthelme en Jan Jongbloed

Een week geleden typte ik ( in een recensie van een biografie van de Amerikaanse schrijver Donald Barthelme) de volgende zinnen: 'Tot Nederland is Barthelme hoe dan ook nimmer doorgedrongen. Dat Barthelme wellicht de enige buitenlandse schrijver was die in zijn fictie Nederlandse voetballers ten tonele voerde (in het verhaal ‘Concerning the bodyguard’ bespreken twee lijfwachten de vervanging van ‘Dutch goalkeeper Piet Schrijvers’ door ‘the brave Jan Jongbloed’ tijdens de wedstrijd Nederland-Peru op het WK van 1978) en dat componist Micha Hamel in 2007 Barthelme’s toneelstuk Snow White tot een opera bewerkte, hebben daaraan niets afgedaan.'





































Piet Schrijvers en Jan Jongbloed. Ach ja, wat zou er eigenlijk van ze zijn geworden, vroeg ik me een kort moment af. Maar ik was die oude voetbalhelden eerlijk gezegd alweer vergeten toen ik gisterochtend in Amsterdam-Slotermeer de apotheek binnenstapte. De klant vóór mij was een grijze man met een stevig postuur en opmerkelijk dikke, vlezige vingers. Hij frommelde wat met een recept. Mmm, bekende kop, dacht ik. Die brede mond. Heel bekend. Het zal toch niet? 'Mag ik u iets vragen,' vroeg ik toen ik mijn schroom had overwonnen, '... U heeft zo'n bekend gezicht.' Hij lachte en maakte een gebaar naar de meisjes achter de balie: 'Ach, ik kom hier al dertig jaar, iedereen kent me hier.' Die stem. Het kon niet missen. 'Bent u Jan Jongbloed?' Ja, dat klopte, dat was hij. Terwijl zijn medicijnen over de toonbank gingen vertelde ik over het wonderlijke toeval dat ik hem hier ontmoette, net nu ik een artikel had geschreven waarin zijn naam voorkwam... 'Nederland-Peru', zei ik, '... die Amerikaanse schrijver had het over de wedstrijd Nederland-Peru, tijdens het WK van 1978. Er was een grove aanslag op Piet Schrijvers en toen moest u hem vervangen.' Jongbloed glimlachte: 'Het was Nederland-Italië, de twintigste minuut, en het was wel een behoorlijke overtreding, maar Piet had het aan zichzelf te danken.' We keuvelden nog wat, de medicijnen in de hand, en nog verbouwereerd over de ontmoeting nam ik even later afscheid, zonder ook maar op het idee te komen om een handtekening te vragen of een foto te nemen om het toeval heel even over de knie te leggen. Maar goed, een aantal belangrijke lessen laten zich hoe dan ook trekken:

1) Jan Jongbloed heeft nooit van Donald Barthelme gehoord
2) In zijn verhaal ‘Concerning the bodyguard’ laat Barthelme Piet Schrijvers geblesseerd het veld verlaten tijdens de wedstrijd tegen Peru op het WK van 1978. In werkelijkheid betrof het de wedstrijd Nederland-Italië (20e minuut)
3) Piet Schrijvers had de aanslag (deels) aan zichzelf te wijten
4) Jan Jongbloed leeft en ziet er gezond uit ( en, een detail, hij heeft opmerkelijk dikke, vlezige vingers, iets dat zijn opmerking, tijdens datzelfde WK, dat hij zonder handschoenen keepte 'omdat hij anders de bal niet voelde', in retrospectief natuurlijk wel extra betekenis geeft).